Modules ECDL

1. Basisbegrippen van Informatietechnologie (IT).
De cursist heeft begrip van enkele van de voornaamste basisbegrippen van IT op een algemeen niveau. Daarnaast heeft hij kennis van de opbouw van de PC, zowel van de hardware als van de software en van enkele van de basisbegrippen van informatietechnologie (IT) zoals gegevensopslag en geheugen. Hij begrijpt hoe informatienetwerken worden gebruikt in de computerwereld en is op de hoogte van het nut van toepassingen van computersoftware in het dagelijks leven. De cursist kent de gezondheids- en veiligheidsaspecten evenals enkele milieufactoren met betrekking tot het gebruik van computers. Hij is op de hoogte van enkele van de voornaamste aspecten van beveiliging en wetgeving die samenhangen met het gebruik van computers.
Niveau: beginner
Voorkennis: geen
Dagdelen: 1 (zelfstudie)
Inhoud: Klik hier!
2. De computer gebruiken en bestanden beheren.
Deze module vereist kennis en bekwaamheden in het gebruik van de basisfuncties van een PC en het besturingssysteem ervan. De cursist is in staat de voornaamste basisinstellingen aan te passen, de ingebouwde helpfuncties te gebruiken en kan omgaan met een niet reagerende toepassing. Hij kan effectief omgaan met het bureaublad en werken met pictogrammen en vensters. De cursist kan bestanden en mappen beheren en organiseren, weet hoe deze kunnen worden gekopieerd, verplaatst en gewist én kan bestanden in- en uitpakken. De cursist begrijpt wat een computervirus is en kan een anti-virusprogramma gebruiken. En hij kan eenvoudige opdrachten voor tekstverwerking uitvoeren en mogelijkheden voor afdrukbeheer binnen het besturingssysteem gebruiken.
Niveau: beginner
Voorkennis: geen
Dagdelen: 5
Inhoud:
3. Tekstverwerking.
De cursist kan een tekstverwerkingstoepassing op een computer gebruiken. Hij kan dagelijkse taken uitvoeren die samenhangen met het maken, opmaken en afwerken van kleine tekstverwerkingsdocumenten zodat ze gereed zijn voor verspreiding. Hij kan tevens tekst binnen en tussen documenten kopiëren en verplaatsen. De cursist is bekwaam in het gebruik van enkele van de functies die samenhangen met tekstverwerkingstoepassingen zoals het maken van standaard tabellen, het gebruik van illustraties en figuren binnen een document èn het gebruik van samenvoegfuncties.
Niveau: beginner
Voorkennis: ECDL module 1
Dagdelen: 6
Inhoud:
4. Spreadsheets.
De cursist snapt de basisbegrippen van spreadsheets en is in staat een spreadsheetprogramma op een computer te gebruiken. Hij kan taken uitvoeren die samenhangen met het ontwikkelen, opmaken, aanpassen en gebruiken van een spreadsheet van beperkte omvang en kan die gereed maken voor verspreiding. Hij maakt eenvoudige wiskundige en logische bewerkingen met behulp van eenvoudige functies en formules. En de cursist is bekwaam in het maken en opmaken van grafieken.
Niveau: beginner
Voorkennis: ECDL module 1
Dagdelen: 5
Inhoud:
5. Databases.
De cursist begrijpt enkele van de voornaamste basisbegrippen van databases en is in staat een database op een computer te gebruiken. De cursist kan tabellen, queries, formulieren en rapporten maken en wijzigen en kan uitvoer voorbereiden zodat deze klaar zijn voor verspreiding. De cursist kan tabellen lezen en informatie uit een database halen en manipuleren met behulp van zoek- en sorteerfuncties in het pakket.
Niveau: beginner
Voorkennis: ECDL module 1
Dagdelen: 5
Inhoud:
6. Presentaties.
In deze module toont de cursist aan dat hij bekwaam is in het gebruik van presentatiehulpmiddelen op een computer. De cursist voert taken uit als het maken, opmaken, wijzigen en het voorbereiden van presentaties met verschillende dia lay-outs voor vertonen en uitgeprint verspreiden. Hij is in staat tekst, plaatjes, afbeeldingen en grafieken binnen de presentatie en tussen presentaties te kopiëren en te verplaatsen. De cursist kan algemene handelingen uitvoeren met afbeeldingen, grafieken en getekende objecten en kan tevens verscheidene effecten in diavoorstellingen toepassen.
Niveau: beginner
Voorkennis: ECDL module 1
Dagdelen: 4
Inhoud:
7. Informatie en communicatie.
Informatie en Communicatie is verdeeld in twee hoofdstukken. Het eerste deel "Informatie" - verwacht van de cursist inzicht in enkele van de begrippen die samenhangen met het gebruik van het Internet en kennis van enkele van de veiligheidsoverwegingen. De cursist kan algemene zoektaken uitvoeren met een webbrowser en beschikbare zoekmachines. Hij kan websites aan de lijst van favorieten toevoegen en webpagina's en zoekresultaten uitprinten. De cursist kan navigeren binnen formulieren op een website en kan deze invullen.
In het tweede deel "Communicatie" - wordt van de cursist verwacht dat hij inzicht heeft in enkele van de begrippen van elektronische post (e-mail) snapt en van enkele van de veiligheidsoverwegingen die samenhangen met het gebruik van e-mail. De cursist toont aan in staat te zijn e-mail software te gebruiken voor het verzenden en ontvangen van berichten en kan bestanden bij e-mailberichten voegen. De cursist kan binnen e-mail software berichtenmappen organiseren en beheren.
Niveau: beginner
Voorkennis: ECDL module 1
Dagdelen: 3
Inhoud module 7a (Explorer 7): Klik hier!
Inhoud module 7b (Windows Mail):
Inhoud module 7b (Outlook):


